Vizier

0492 - 33 50 20

ma/vrij van 08.00 – 17.00

Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties

Door Vizier Finance

De Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) is een subsidieregeling voor het definitief en onherroepelijk beëindigen van de productie en de productiecapaciteit op een veehouderijlocatie. De Vbr heeft tot doel om de uitstoot van ammoniak van veehouderijlocaties in heel Nederland blijvend te reduceren en hiermee natuurherstel te bevorderen. De regeling staat open voor veehouders met melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden en konijnen. De regeling staat tot 9 februari 2026 ter consultatie open. Iedereen kan gedurende deze periode een reactie geven. De Europese Commissie moet de regeling nog goedkeuren. Niettemin hoopt het kabinet de regeling nog medio 2026 te kunnen openstellen.

Prioritaire doelgroep

Veehouderijlocaties gelegen binnen een strook van 1.000 meter rond een overbelast en voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied kunnen met voorrang aanspraak maken op subsidie. De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Veehouderijlocaties binnen deze groep ontvangen een vergoeding van 110% van het waardeverlies van de productiecapaciteit, een bijdrage voor de kosten van de sloop van € 45 per m² staloppervlakte en, indien van toepassing, een marktconforme vergoeding (100%) voor het laten vervallen van het productierecht.

Secundaire doelgroep

Indien het subsidieplafond na deze groep nog niet is uitgeput, kunnen veehouders gelegen buiten de strook van 1.000 meter rond een overbelast Natura 2000-gebied in aanmerking komen voor subsidie. De subsidieaanvragen van deze groep worden gerangschikt op basis van doelmatigheid, uitgedrukt in het aantal euro subsidie per kilogram ammoniakemissie. Veehouderijlocaties binnen deze groep ontvangen een vergoeding van 100% voor het waardeverlies van de productiecapaciteit en, indien van toepassing, een marktconforme vergoeding (100%) voor het laten vervallen van het productierecht. De deelnemers in deze doelgroep hebben wel een sloopverplichting, maar ontvangen geen sloopvergoeding.

Waardeverlies productiecapaciteit

Het waardeverlies van de productiecapaciteit wordt bepaald op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde. Deze wordt vastgesteld op basis van de oppervlakte en de levensduur van de romp.

Fiscale aspecten

De subsidie die een veehouder op grond van de regeling ontvangt, behoort tot de winst (inkomsten- of vennootschapsbelasting). De regeling zal worden aangemerkt als overheidsingrijpen, wat onder andere betekent dat voor de toepassing van de herinvesteringsreserve soepelere voorwaarden gelden. De regeling leidt niet tot heffing van btw over de subsidiecomponenten.

Bron:Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | 13-01-2026