Op zand- en lössgrond moet in de periode 2023-2026 (gerekend vanaf 1 januari 2023) ten minste één keer een rustgewas worden geteeld, behoudens enkele uitzonderingen. Deze verplichting vloeit voort uit het mestbeleid. De gebruiker in 2026 is verantwoordelijk voor het nakomen van de rustgewasverplichting.
Aanvankelijk stelde RVO zich op het standpunt dat, bij het niet voldoen aan deze verplichting in de betreffende vierjaarsperiode, elke bemesting zou zijn verboden. RVO heeft dit standpunt inmiddels bijgesteld. Het niet telen van een rustgewas heeft géén gevolgen voor de mestplaatsingsruimte op grond van de gebruiksnormen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de naleving van de rustgewasverplichting. Indien wordt geconstateerd dat niet aan de verplichting is voldaan, kan de NVWA een proces-verbaal opmaken. De verdere afhandeling vindt plaats via het Openbaar Ministerie en kan leiden tot een geldboete en – afhankelijk van de omstandigheden – een rechtszitting.
Daarnaast kan binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een korting worden toegepast op de rechtstreekse betalingen en de vergoeding in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Deze korting bedraagt minimaal 3% en kan hoger uitvallen indien sprake is van opzet.
In Mijn Percelen is een kaartlaag beschikbaar waarmee kan worden gecontroleerd of in de voorgaande drie jaren een rustgewas is geregistreerd. Deze kaartlaag is voornamelijk gebaseerd op de door grondgebruikers opgegeven hoofd- en nateelten.

