Een perceel met de eco-activiteit ‘groene braak’ moet minimaal negen maanden in het betreffende jaar uit productie zijn genomen. In de regeling is de voorwaarde opgenomen dat in de periode van 31 mei tot en met 31 augustus het perceel minimaal voor 80% zichtbaar bedekt moet zijn met een toegestaan gewas.
Daarnaast staat in de Uitvoeringsregeling GLB 2023 het volgende: de landbouwer teelt voor een periode van minimaal negen aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op het bouwland. Eerdere antwoorden van RVO (via overleg en het loket) gaven echter aan dat dit geen verplichting is. Daarom is RVO gevraagd een nadere toelichting te geven op de voorwaarden voor toepassing van ‘groene braak’.
Nadere toelichting RVO
RVO beoordeelt of er in de periode van 31 mei tot en met 31 augustus 80% zichtbare bedekking is van het gewas op het perceel en daarnaast of de braakperiode in acht wordt genomen. Dat doet zij door te kijken of het gewas uit de gewassenlijst groene braak er vanaf het moment van inzaaien aaneengesloten staat. Op het moment dat in de periode van negen maanden tweemaal een inzaaimoment wordt gedetecteerd, ziet RVO dat als een onderbreking van de aaneengesloten periode. Het gewas hoeft dus niet bij de start van de periode van negen maanden ingezaaid te zijn, maar moet tijdig zijn ingezaaid om vanaf 31 mei een 80% zichtbare bedekking te hebben. Bij de start van de negen maanden mag er dus bijvoorbeeld ook nog een vanggewas voor het voorgaande jaar op het perceel staan dat wordt ondergewerkt voorafgaand aan het inzaaien van het gewas voor groene braak. Het vernietigen van het gewas van de lijst ‘groene braak’ wordt gezien als het einde van de aaneengesloten periode.

