Vizier

0492 - 33 50 20

ma/vrij van 08.00 – 17.00

Oordeel Centrale Grondkamer over pachtprijs bij boomkwekerij

Door Vizier Finance

De Centrale Grondkamer heeft op 14 mei 2026 uitspraak gedaan in een geschil over de vaststelling van de pachtprijs bij een boomkwekerij. De kern van het geschil draaide om de vraag welke regionorm moet worden toegepast: die voor “overige grond” of voor “tuinland”.

Partijen sloten in 2013 een reguliere pachtovereenkomst voor 2,82 hectare los land met een jaarlijkse pachtprijs van € 6.365. De grondkamer verlaagde deze prijs later naar € 2.328, omdat zij uitging van de regionorm voor overige grond in het Rivierengebied. De verpachter ging daartegen in beroep en stelde dat het perceel feitelijk werd gebruikt als boomkwekerij en dus als tuinland moest worden gewaardeerd.

De Centrale Grondkamer stelde vast dat de overeenkomst weliswaar de term 'los land' gebruikte, maar dat uit de feitelijke uitvoering duidelijk bleek dat het perceel vanaf het begin bedoeld en gebruikt was voor een boomkwekerij. Op basis van de zogenaamde Haviltex-maatstaf werd geoordeeld dat de bedoeling van partijen doorslaggevend is en niet de contractuele benaming.

Wat precies onder tuinland moet worden verstaan, definieert het Pachtprijzenbesluit 2007 niet. De wetgever heeft daarbij (in ieder geval) voor ogen gehad tuinbouw, in de zin van een intensievere teelt dan (gewone) akkerbouw. De Centrale Grondkamer heeft in 2016 in een andere zaak geoordeeld dat op een boomkwekerij het regime van tuinland van toepassing is. Zij bleef nu bij dat standpunt. Dit betekende dat de bijbehorende regionorm voor tuinland van toepassing was. Het verweer van de pachter dat deze norm niet marktconform zou zijn, werd verworpen.

Bron:Overig | jurisprudentie | 02-06-2026