Het intekenen van afzonderlijke percelen in de Gecombineerde opgave geeft niet automatisch recht op GLB-subsidie. Dat blijkt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Volgens het College moeten landbouwbedrijven daadwerkelijk en zelfstandig over de opgegeven percelen kunnen beschikken.
In deze zaak pachtten veertien landbouwbedrijven gezamenlijk 360 hectare natuurgrond van Staatsbosbeheer. Twee bedrijven hadden in de Gecombineerde opgave ieder een eigen perceel ingetekend en daarvoor GLB-subsidie aangevraagd. De minister wees de aanvragen af, omdat niet aannemelijk was dat de bedrijven zelfstandig over deze percelen konden beschikken. Tijdens de beroepsprocedure stelde de minister niet langer ter discussie dat sprake was van landbouwareaal en dat er landbouwactiviteiten plaatsvonden. Het probleem zat volgens de minister in het gezamenlijke gebruik van de grond. De pachters bepaalden onderling de beweiding en de afspraken over het gebruik golden voor het gehele natuurgebied. Er was geen sprake van afzonderlijke pachtpercelen.
Het CBb volgde deze redenering. De bedrijven hadden erkend dat de perceelsgrenzen alleen op papier waren aangebracht. De verdeling was gebaseerd op het aantal grootvee-eenheden (GVE) per bedrijf. In de praktijk ontbraken afrasteringen of andere voorzieningen die het gebruik van de afzonderlijke percelen afbakenden. Ook was niet aangetoond dat dieren van andere pachters de opgegeven percelen niet gebruikten. Daarom was het onvoldoende aannemelijk dat de bedrijven voldoende zelfstandigheid hadden om hun landbouwactiviteiten op de betreffende percelen uit te oefenen. De opgegeven percelen kwamen dan ook niet in aanmerking voor GLB-subsidie.

