De eisen voor verschillende typen luchtwassers zijn per 1 oktober 2026 gewijzigd. De wijzigingen zijn opgenomen in de aangepaste systeembeschrijvingen van de Omgevingsregeling. Voor agrarische bedrijven met een luchtwasser kunnen deze wijzigingen gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, monitoring en registratie.
Biologische luchtwassers
Een belangrijke wijziging betreft biologische luchtwassers. De toegestane pH-bandbreedte wordt aangescherpt van 6,5–7,5 naar 6,5–7,3. Daarnaast moet de automatische spuiregeling worden aangestuurd op basis van zowel geleidbaarheid (EC) als pH. Ook worden aanvullende eisen gesteld aan het gebruik en onderhoud van de installatie. Zo moet de luchtwasser tijdens perioden waarin geen dieren aanwezig zijn in werking blijven. Reinigings- en ontsmettingsmiddelen mogen de werking van de bacteriepopulatie niet negatief beïnvloeden.
Chemische luchtwassers
Bij chemische luchtwassers wordt naast zwavelzuur ook salpeterzuur als zuur toegestaan. Voor het gebruik van salpeterzuur gelden aanvullende voorwaarden, waaronder eisen aan de geleidbaarheid.
Aanpassing bestaande luchtwasser
Het is vooral van belang om te beoordelen welke systeembeschrijving en OW-code op een bedrijf van toepassing zijn. De nieuwe eisen betekenen niet automatisch dat iedere bestaande luchtwasser per 1 oktober 2026 technisch moet worden aangepast. De gevolgen voor een bestaande installatie zijn afhankelijk van onder meer de vergunningssituatie en de toepasselijke systeembeschrijving. Bij een bestaande installatie moet het bevoegd gezag beoordelen of de nieuwe eis in de betreffende situatie als Best Beschikbare Techniek (BBT) moet worden toegepast.
Advies
Inventariseer de aanwezige luchtwassers, controleer de geldende OW-code en vergelijk de huidige instellingen en bedrijfsvoering met de nieuwe systeembeschrijving. Besteed daarbij specifiek aandacht aan pH-, EC- en spuiregeling, monitoring en registratie.

