Vizier

0492 - 33 50 20

ma/vrij van 08.00 – 17.00

Pacht: wanneer mag je een boomgaard vervangen?

Door Vizier Finance

De Centrale Grondkamer heeft onlangs geoordeeld dat een pachter een deel van een boomgaard mag rooien en vervangen als dit noodzakelijk is voor een doelmatig gebruik van het gepachte.

In deze zaak ging het om een boomgaard van ruim vijftien hectare. De pachter wilde circa zeven hectare appelbomen vervangen, omdat de bomen waren aangetast door vruchtboomkanker. De verpachter verzette zich hiertegen, maar kreeg geen gelijk van de grondkamer. Hij stelde daarom hoger beroep in bij de Centrale Grondkamer.

Op grond van de pachtwetgeving mag een pachter de bestemming, inrichting of gedaante van het gepachte niet zonder toestemming van de verpachter veranderen. Als toestemming wordt geweigerd, kan de pachter de grondkamer om een machtiging vragen. Die machtiging wordt verleend wanneer de verandering noodzakelijk is voor doelmatig gebruik en geen zwaarwichtige bezwaren van de verpachter bestaan.

De Centrale Grondkamer stelde vast dat de oude bomen onvoldoende kwaliteit en productiviteit leverden en dat de zieke bomen nauwelijks bruikbaar waren. Daarmee was de noodzaak van vervanging gegeven. Dat mogelijk sprake was van gebrekkig onderhoud door de pachter maakte dit niet anders.

Ook de bezwaren over de toekomstige bedrijfsvoering en een mogelijke vergoeding voor de nieuwe aanplant (melioratierecht) stonden de machtiging niet in de weg. Volgens de Centrale Grondkamer moeten dergelijke kwesties in een afzonderlijke pachtprocedure worden beoordeeld. Een eventuele vergoeding op grond van het melioratierecht wordt bovendien naar billijkheid vastgesteld.

Praktische betekenis

Bij vervanging van boomgaarden is het belangrijk de noodzaak objectief te onderbouwen, bijvoorbeeld met gegevens over ouderdom, productie, ziekte en boomkwaliteit. Bezwaren over onderhoud, exploitatie of een toekomstige vergoeding moeten juridisch van de machtigingsvraag worden onderscheiden.

Bron:Overig | 18-08-2026