Het Nederlandse pachtrecht kent een sterke bescherming van de pachter. Zo moet een pachtovereenkomst ter goedkeuring worden voorgelegd aan de grondkamer. De grondkamer toetst de overeenkomst aan de wettelijke regels en kan de overeenkomst wijzigen als bepaalde afspraken niet zijn toegestaan of onredelijk zijn. Dat kan ook als pachter en verpachter het volledig eens zijn over de overeengekomen pachtvoorwaarden. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Centrale Grondkamer.
Zaak
De provincie en een landbouwer hadden een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor de duur van één jaar afgesloten voor een perceel grasland. Dit perceel zou mogelijk tussentijds worden ingericht als natuur. Bij daadwerkelijke opzegging door de provincie zou de pachtprijs hierop worden aangepast.
De grondkamer keurde de pachtovereenkomst goed na wijziging van de bepalingen over een eventuele tussentijdse opzegging. De provincie was het niet eens met de wijziging en ging in beroep bij de Centrale Grondkamer.
Opzeggingsbeding buitensporig
De Centrale Grondkamer oordeelde dat, ondanks de onzekerheid die de pachter had geaccepteerd, het tussentijdse opzeggingsbeding buitensporig was. De pachter kan zijn bedrijfsvoering immers hebben afgestemd op het gepachte, bijvoorbeeld voor mestafzet, teelt en subsidieaanvragen. Het financiële risico werd volledig bij de pachter gelegd. Dat oordeel gold hier ongeacht de hoogte van de pachtprijs.
Schadevergoeding voor pachter bij tussentijdse opzegging
De buitensporigheid kan volgens de Centrale Grondkamer worden weggenomen door in de pachtovereenkomst op te nemen dat de pachter bij tussentijdse opzegging recht heeft op vergoeding van de concrete schade die daardoor ontstaat.
Overeenkomsten met langere looptijd
De uitspraak ziet uitsluitend op een pachtovereenkomst van één jaar. Overeenkomsten met een langere looptijd zijn niet beoordeeld; daarvoor blijft de beoordeling afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

