Vizier

0492 - 33 50 20

ma/vrij van 08.00 – 17.00

Subsidie samenwerken extensiveren overgangsgebieden N2000

Door Vizier Finance

De subsidiemodule ‘Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000’ richt zich op samenwerkingsverbanden, waarin grondeigenaren en gebruikers gezamenlijk maatregelen nemen gericht op een extensievere en meer natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering in veenweidegebieden en in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De regeling wordt dit jaar van 22 april tot en met 8 juni opengesteld voor de categorieën 2 (verhoging grondwaterstand en mogelijk intensivering melkvee in veenweidegebieden) en 3 (extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden). In dit artikel wordt categorie 3 beschreven.

Voor wie?

De subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden die uit minimaal twee partijen bestaan, waarvan minimaal één landbouwer.

Welke gebieden?

Minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied. Het gebied heeft een oppervlakte van minstens 200 hectare. Ook elke melkveehouderij of elk akkerbouwbedrijf ligt voor minimaal 50% binnen het Natura 2000-overgangsgebied.

Voorwaarden melkveebedrijf

  • Minimaal 50% van het landbouwareaal van het melkveehouderijbedrijf ligt in overgangsgebied N2000.
  • Minimaal 80% van het areaal bestaat uit grasland.
  • Alle landbouwpercelen van het bedrijf moeten meedoen met extensiveren.
  • Ten minste 70% van de stikstofdierexcretie is afkomstig van melk- en kalfkoeien.
  • De gemiddelde dierexcretie van het bedrijf bedraagt minimaal 50 kg stikstof per ha.
  • Met het project moet de stikstofuitstoot van de melkveehouderij verminderd worden tot maximaal gemiddeld 100 of 150 kg stikstofdierexcretie per hectare.
  • De gemiddelde stikstofdierexcretie is minimaal 5% lager dan in het referentiejaar 2025.
  • De gemiddelde hoeveelheid stikstofmest die per jaar wordt gebruikt (stikstofbemesting) is minimaal 10% lager dan in het referentiejaar 2025.

Voorwaarden akkerbouwbedrijf

  • Met het project moet de stikstofuitstoot van het akkerbouwbedrijf verminderd worden tot maximaal gemiddeld 100 of 150 kg stikstofbemesting per hectare.
  • De gemiddelde stikstofdierexcretie van het bedrijf mag niet meer dan 50 kilogram stikstof per hectare zijn.
  • Maximaal 20% van het landbouwareaal mag blijvende teelt of blijvend grasland zijn. Behalve voedselbos (gewascode 1940), want dat mag tot een hoger percentage (meer dan 20%) aanwezig zijn.
  • Minimaal 50% van het bouwland van het akkerbouwbedrijf in het betreffende kalenderjaar is een rustgewasplus als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
  • Minimaal 50% van het landbouwareaal van het bedrijf ligt binnen Natura 2000-overgangsgebieden.
  • Alle landbouwpercelen van het bedrijf moeten meedoen met het extensiveren.
  • De gemiddelde hoeveelheid stikstofmest die per jaar wordt gebruikt, moet minimaal 10% lager zijn dan in het referentiejaar 2025.

Vergoeding

Er wordt een vergoeding gegeven voor de jaren 2027 en 2028. De hoogte hiervan is:

Extensivering melkveebedrijf
Maximaal 150 kg stikstofexcretie per ha € 1.680 per ha per jaar
Maximaal 100 kg stikstofexcretie per ha € 2.430 per ha per jaar

 

Extensivering akkerbouwbedrijf
Maximaal 150 stikstofbemesting per ha € 375 per ha per jaar
Maximaal 100 kg stikstofbemesting per ha € 1.020 per ha per jaar
Maximaal 150 kg stikstofbemesting per ha en wanneer de 
Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen wordt 
gebruikt
€ 2.675 per ha per jaar
Maximaal 100 kg stikstofbemesting per ha en wanneer de 
Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen wordt 
gebruikt
€ 3.130 per ha per jaar

Budget

Er is een budget van € 78,788 miljoen beschikbaar. Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt elk project op een aantal onderdelen. Het budget wordt verdeeld onder de aanvragers die hier het hoogst op scoren.

Samenval met Subsidie extensivering melkveehouderij

Een deelnemer aan deze samenwerkingsregeling kan niet meedoen aan de Subsidie extensivering melkveehouderij (Sem), die momenteel voor prenotificatie in Brussel ligt. Er zal dus een keuze tussen deze twee regelingen gemaakt moeten worden.

De Sem-regeling is bedoeld voor het ontlasten van de mestmarkt door het verminderen van het aantal koeien met 10% tot 20%. Een deelnemer krijgt dan een vergoeding betaald voor de inkomstenderving en het vervallen van de bijbehorende fosfaatrechten. Bij de samenwerkingsregeling hoeven er geen fosfaatrechten te worden ingeleverd.

Bron:Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | 03-03-2026